Event
26.06.2024
Geschreven door:
Bowien Ravesteijn

Vallen voorbereidende werkzaamheden onder arbeidstijd?

Onlangs heeft het Gerechtshof Den Haag een arrest gewezen in een zaak waarbij een medewerker van een callcenter steeds 10 minuten eerder dan de aanvang van zijn ingeroosterde dienst aanwezig moet zijn van zijn werkgever. Het hof oordeelde deze 10 minuten gelden als werktijd en dat de werkgever daarom loon over deze tijd moet nabetalen aan de werknemer. In deze blog zal ik de feiten en het oordeel van het hof bespreken.

Datum
20 april 2021
Tijd
09:00 - 18:00
Locatie
Op locatie
Direct aanmelden
Direct aanmelden
Feiten

Werkgever is een callcenter. Werknemer is sinds 2016 werkzaam bij werkgever als “Contact Center Medewerker” op basis van 32 uur per week. De overige uren die werknemer maakt worden per uur tegen een speciaal tarief uitbetaald. Volgens de arbeidsovereenkomst van werknemer en het van toepassing verklaarde reglement wordt er van werknemer verwacht dat hij iedere werkdag 10 minuten voorafgaand aan zijn dienst aanwezig is. De gedachte hierachter is dat de werknemer tijdig de systemen op kan starten, koffie kan halen en eventueel nog gebruik kan maken van het toilet, zodat werknemer op de geplande tijd klaar is om te beginnen met bellen. Wanneer werknemer zich hier niet aan houdt, krijgt hij een waarschuwing en leidt dit (bij herhaling) uiteindelijk tot ontslag van werknemer.  

Procedure

Werknemer was het niet eens met het feit dat de 10 minuten voorafgaand aan de dienst niet werd aangemerkt als arbeidstijd, waarna hij op 19 mei 2021 een procedure is gestart tegen zijn werkgever. Bij deze procedure vorderde hij met terugwerkende kracht nabetaling het loon over iedere 10 minuten voorafgaand aan de ingeroosterde dienst.

Werknemer geeft hierbij aan dat hij de volledige 10 minuten steeds volledig bezig is met het opstarten van de systemen om te kunnen beginnen en dat hij geen tijd heeft om deze tijd zelf vrij in te delen. Zowel de kantonrechter als het hof gaan mee in de argumentatie van werknemer en oordelen dat de 10 minuten moeten worden aangemerkt als arbeidstijd, waardoor de werkgever verplicht is om loon te betalen aan werknemer over deze tijd.  

Zoals uit dit arrest en ook uit eerdere uitspraken over dit onderwerp blijkt, staan rechters welwillend tegenover het aanmerken van voorbereidende werkzaamheden als (betaalde) arbeidstijd. Daarbij geldt wel dat er sprake moet zijn van een daadwerkelijk voorschrift van de werkgever en daadwerkelijke werkzaamheden. Het is aan de werknemer om te stellen en zo nodig te bewijzen of hiervan sprake is.

Werkgever heeft inmiddels beroep in cassatie ingesteld bij de hoge raad. Hoe de hoge raad hierover gaat oordelen is nog even de vraag.

Benieuwd of dit in jouw situatie ook geldt, of wil je meer hierover weten? Neem dan contact op met een van onze specialisten Lot Hirdes, Ali Arslan, Hazal Cengiz of Bowien Ravesteijn.

Uitgelicht voor jou

De wereld van het ondernemingsrecht staat nooit stil. Wij praten je vanuit onze expertise regelmatig bij over de laatste ontwikkelingen.

Blog
Wat je als verhuurder van woonruimte moet weten over de Wet betaalbare huur

Op 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur in werking getreden. Daarmee gelden er nieuwe regels voor een grote groep huurders en verhuurders, onder meer op het gebied van maximale huurprijzen. Wij lichten de belangrijkste wijzigingen met betrekking tot zelfstandige woonruimte toe.

Nieuws
15.07.2024
Hoge Raad: dynamisch cao-incorporatiebeding gaat mee over bij overgang van onderneming

Afgelopen vrijdag heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan voor de overname- en arbeidsrechtpraktijk. Bij een overgang van onderneming worden werknemers beschermd. De werknemers treden dan in principe automatisch in dienst van de overnemende partij, inclusief de bestaande arbeidsvoorwaarden. In de zaak die bij de Hoge Raad speelde ging het om de vraag of een dynamisch cao-incorporatiebeding van toepassing blijft bij overgang van onderneming. Zo’n dynamisch beding in een arbeidsovereenkomst bepaalt dat niet alleen de huidige cao van toepassing is, maar ook opvolgende versies daarvan.

Nieuws
01.07.2024
Ontwikkelingen over ESG en kansen en uitdagingen

In 2021 maakte de rechtbank in de Shell-zaak de weg naar civielrechtelijke aansprakelijkheid van ondernemingen vrij als gevolg van schending van ongeschreven zorgvuldigheidsnorm op het gebied van ESG. Volgens de rechtbank moest Shell haar CO2-uitstoot verminderen, ondanks dat er daarvoor geen wettelijke basis was. Inmiddels zijn we een aantal jaren verder en zijn de ondernemingen steeds meer bezig met duurzaamheidsinitiatieven. Grote ondernemingen zijn immers met ingang van het boekjaar van 2024 verplicht om te rapporteren over de effecten van de ondernemingsactiviteiten op duurzaamheidsaspecten. Die verplichting volgt uit Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).

Heb je een vraag of wil je direct een adviesgesprek aanvragen?
Onze specialist Bowien Ravesteijn helpt je graag verder.